Over ons

Regionale archeologie

Wij zijn een groep vrijwilligers die zich bezighoudt met de archeologie en oudste geschiedenis van onze woonplaats, Heiloo.

Wij willen de bewoners van Heiloo graag informeren over de lokale bewoningsgeschiedenis. Er is veel te vertellen aan de hand van de talrijke archeologische vondsten – gebruiks-voorwerpen van vaak honderden jaren oud – die wij in ons museum tentoonstellen.

BADUHENNA: 20 jaar archeologische activiteiten in Heiloo

Op 20 februari 2018 bestond de Stichting Regionale Archeologie Baduhenna 20 jaar. Destijds in 1998 markeerden vijf initiatiefnemers een overgang naar een officiële status. De heren A.J.H. Haverman, S.J. Bakker, T. de Ridder, F.A. Lundgren en mevrouw S. Ranzijn-Lange ondertekenden de stichtingsakte. Daar ging een hele geschiedenis aan vooraf! Een kort historisch overzicht is op zijn plaats. 

  1. Het prille begin

Er waren al diverse opgravingen in Heiloo verricht, veelal als reactie van een toevallige vondst. In 1921 werd een groot terrein afgegraven aan de Holleweg. Daarbij kwamen vreemde voorwerpen aan het licht. Toevallig was archeoloog J.H. Holwerda in de buurt bij de abdij van Egmond aan het graven. Hij vond de resten van een primitieve woning uit de eerste eeuwen van de jaartelling. Naast enkele scherven, de restanten van een pottenbakkersoven en een bronzen voorwerp, vond hij een 14-tal, dat volgens hem dienden voor netverzwaring bij de visvangst. Later bleken dit weefgewichten te zijn die de kettingdraden van het weefgetouw strak moesten spannen.

De vondst van vijf sikkels aan de Krommelaan in 1932 was een zuivere toevalsvondst. Bij de afgraving van een duin ten behoeve van grondverbetering vond een arbeider, dhr. W. Harms, op 3,5 meter diep vier vuurstenen en één bronzen sikkel rechtop naast elkaar in het schone duinzand staan. Gelukkig is de vondst gemeld, eveneens aan de heer Holwerda, en met de nodige zorg door archeologen behandeld. Uit analyse bleek dat deze sikkels ongeveer in de late Bronstijd of aan het begin van de IJzertijd in de bodem zijn gezet met de bedoeling een offer te brengen aan de goden. Deze vondst heeft Heiloo brede bekendheid geven in de archeologische wereld!

Op basis van deze twee vondsten moest Holwerda zijn bewering intrekken dat geheel West-Nederland in de prehistorie onbewoond was! Later archeologisch onderzoek heeft bevestigd dat de strandwal van Heiloo al in 1950 voor Chr. bewoond was (opgraving Craenenbroeck, Hollandia 2013).

  1. Actieve pioniers en amateurs

Vanaf eind jaren 50 werden de eerste amateurarcheologen actief in Heiloo. Plaatsgenoot Jan Kees Haalebos verrichtte als één der eersten archeologisch onderzoek in Heiloo en publiceerde daar ook over. In de jaren ’66 en ‘67 kon hij onder de noemer van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) een opgraving doen in en rond de Witte Kerk. Deze opgraving heeft ons veel informatie gegeven over de oudste bouwkundige geschiedenis van het kerkje – vanaf het jaar 725 – en over de graven in en om de kerk.

In de jaren ’70 was de amateurarcheoloog P. van Rooyen actief in Heiloo. In 1984 werd een opgraving gedaan bij De Rustende Jager. Bij deze archeologische pioniers ontbrak echter enige vorm van organisatie en er vond geen verslaglegging plaats.

  1. Werkgroep bij Vereniging Oud Heiloo

Vanaf het najaar van 1987 kwam er meer organisatie in de aanpak. Een groepje amateurarcheologen onder leiding van Anne Lawant startte een Archeologische Werkgroep binnen de sinds 1974 bestaande Vereniging Oud Heiloo. Deze groep pakte de opgravingen systematisch aan, zij schreven dagrapporten en maakten beschrijvingen van de vondsten en bewaarden die ook! Zij konden zich meteen storten op een grote opgraving: in 1988 kwam een terrein aan de Raadhuisweg vrij ten behoeve van de bouw van een nieuw gedeelte van het gemeentehuis. Het werk werd met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Opvallend is dat zij gedurende een lange periode, van december ’87 tot november ’88, in het terrein konden werken! Er werden veel scherven aardewerk gevonden en ook enkele waterputten.

Het gebeurt maar een enkele keer dat je als amateur archeoloog een topvondst mag doen. Het overkwam Arsène Haverman, bewoner van het huis op Het Zevenhuizen nummer 24 en als amateur archeoloog verbonden aan de Werkgroep Archeologie. In zijn achtertuin stond een heg die niet goed wilde groeien. Uiteindelijk werd besloten de heg weg te halen. Wat bleek: eronder bevonden zich putten en muurresten! Citaat uit het dagrapport van 20 april 1996 (auteur: Tim de Ridder): “Waarschijnlijk betreft het hier muurwerk dat behoort tot het buiten Egelenburg/ Vrieswijk. Van dit buiten zijn enkele prenten uit de 18e eeuw voorhanden en ook wordt het op enkele 18e eeuwse kaarten vermeld.” Het buiten is o.a. bewoond door Hendrik de Vries, burgemeester van Hoorn.

Gevonden werd een tweetal gemetselde constructies. Het bleken een waterput en een beerput te zijn. Ze werden afgesloten door een gemetselde boogconstructie. De ronde gemetselde putten waren gefundeerd op twee houten ringen die op hun beurt weer uit vier kwarten bestonden. Uit de beerlaag kwamen enkele bijzondere vondsten tevoorschijn: een hele fles met inhoud ongeveer 0,5 liter waarvan de helft nog gevuld was, fragmenten van stopflesjes, scherven van porseleinen kopjes, Chinees porseleinen borden, vele glasscherven, een boenborstel, een stuk gereedschap (mogelijk een beitel), menselijke tanden, een stukje haar, veel botmateriaal, veel zaden, vele lakzegels.

  1. Van werkgroep naar Stichting

Met deze grote hoeveelheid vondstmateriaal ontstond de behoefte aan een uitbreiding van de expositieruimte voor het tentoonstellen van de objecten en meer werkruimte voor de werkgroepleden. Daar kon de Vereniging Oud Heiloo niet in voorzien. Bovendien voelde Arsène de behoefte van een herstructurering van de werkgroep. Met een aantal leden ontwikkelde hij het idee van een eigen plek en een eigen organisatievorm. De ruimte werd gevonden in het gebouw van GGZ-instelling Willibrord, in het souterrain. Als organisatievorm werd gekozen voor een stichting. En zo kwam het, dat op 20 februari 1998 vijf ex-werkgroepleden het bestuur gaan vormen van een eigen stichting die zij voluit noemen: ‘Stichting Regionale Archeologie Baduhenna’. Arsène wordt de eerste voorzitter.

  1. Een kort overzicht van belangrijke onderzoeken

Soms kom je als archeoloog fenomenen tegen waar je je geen raad mee weet. Dit overkwam de archeologen in Heiloo in 2005: De restanten van een cirkel van 20 palen tekenden zich af in het gele zand. Zou het een rituele cirkel zijn zoals het Engelse Stonehenge – hebben we hier dan een soort Woodhenge? Twintig palen van bijna 3000 jaar oud. De palen werden gevonden bij sportpark Het Maalwater aan de westkant van Heiloo. Het Maalwater ligt in de strandvlakte ten westen van de strandwal Limmen-Heiloo-Alkmaar. Op een duintje in de strandvlakte werd ooit deze palencirkel aangelegd. De palenkring bleek te dateren uit de ijzertijd (circa 800 voor Chr.) en werd toen vermoedelijk gebruikt als rituele plek. Omdat de palencirkel zo bijzonder en raadselachtig was, werd besloten in de directe omgeving vervolgonderzoek te doen in 2007. Dit onderzoek leverde meer kennis op over het landschap en het gebruik daarvan. Langs de palencirkel werden met plaggen verhoogde paden met sporen van dieren gevonden. De hoefindrukken waren vooral afkomstig van runderen, maar ook van schapen of geiten. Het lijkt te gaan om een loopzone van dieren die vlak langs de palencirkel liep. Archeoloog Silke Lange die de palen in 2005 ontdekte, constateerde dat de cirkel op een duintje, rondom een grafheuvel, stond. Recent zijn in een vergelijkbaar gebied in het zuiden van Heiloo ook resten van een palencirkel gevonden. Heel bijzonder waren de crematieresten die in die cirkel werden aangetroffen. Silke vermoedt dat de palenkransen rituele plekken waren, waar de gemeenschap hun overleden leiders eerden.

In het jaar 2000 werd bij werkzaamheden rond de boerderij op het landgoed Ter Coulster een aantal bijzondere voorwerpen naar boven gehaald. Enkele weken eerder werd al een deel van de westelijke muur blootgelegd van het vroegere kasteel Ter Coulster, dat aan het eind van 18e eeuw werd gesloopt. Ter Coulster is vanaf ± 1300 in vele fasen verbouwd van kasteel tot buitenplaats binnen een grachtensingel. Rond 1887 werd op die plaats de boerderij gebouwd die er nu nog steeds staat.

De afgraving ligt op de grens van de strandwal en de natte strandvlakte richting Het Die in het oosten. Aan die oostkant is nog een klein gedeelte van een gracht gevonden, vol gestort met puin van de sloop van de buitenplaats (1788). Tijdens het graven voor nieuwe leidingen werden oude fundamenten aangetroffen, gebouwd op planken. In het achterste gedeelte van de boerderij bevindt zich een pleintje met afgesleten boerengeeltjes. In de kelder van het huis zijn de fundamenten te zien van de oude toren. De voorgevel van de boerderij is gebouwd op de fundamenten van de ophaalbrug aan de noordkant van het kasteel.

Bij een vervolgopgraving in 2008 ging het om een waterput en een nog goed intact, op afschot gemetseld gewelf. Dit gewelf is ± 10 meter lang. Het geheel is in boogstijl in halfsteens verband opgemetseld. Na onderzoek werd vastgesteld dat het diende om afval vanuit het kasteel naar de zuidelijke gracht af te voeren, een zgn. ‘beergang’. Daarin werden allerlei afvalresten gevonden. Naast enkele houten voorwerpen, een vrij complete grape, een zalfpotje en drie vrij gave wijnflessen, vonden de amateurarcheologen ook drinkglazen, zowel chic glaswerk als een bijna complete noppenbeker (± 1650). Ook werden grote hoeveelheden zaden en botten gevonden. De belangrijkste vondst was een aantal glaszegels met daarop het familiewapen van de hoog in aanzien staande familie Van Cats. De familie Van Cats bewoonde het kasteel Ter Coulster van 1622 tot 1784 en beheerde de ambachtsheerlijkheid Heiloo en Oesdom. Alleen de werkelijk rijken konden het zich veroorloven om hun familiewapen in wijnflessen te laten zetten!

De opgraving bij het complex Craenenbroeck aan de Kennemerstraatweg in 2013 leverde naast akkersporen en ploegsporen ook paalgaten van huizen op. Die werden gedateerd op 1950 voor Chr.. Daarmee zijn dit de oudste bewoningssporen van West-Nederland! Heiloo is hiermee alweer uniek!

Sinds 2008 is archeologisch onderzoek gedaan in Zuiderloo, het gebied tussen Zevenhuizerlaan, Kennemer-straatweg en Hoogeweg. Het deel langs de Hoogeweg bestaat uit Oude Duinen en strandwalafzettingen, ± 2000 voor Chr. ontstaan door getijdewerking van de zee. Ten oosten van de strandwal ligt een strandvlakte met enkele zandopduikingen. Het onderzoek in Zuiderloo kent een doorgaande lijn t/m 2017.

Bewoning heeft plaatsgevonden op de droge gedeelten van de strandwal. Men woonde in boerderijen waarin mensen en vee samen onderdak vonden. Bij de archeologische opgravingen vinden we, zo dicht mogelijk bij de boerderij, de moesbedden of de aardbeienveldjes terug. Ook zijn er sporen van de bewerking met een eergetouw op de rand van de strandwal en de strandvlakte. Het vee werd geweid in de nattere gedeelten van de strandvlakte. In oude veenlagen zien we nog de sporen van dierenpoten terug, die door latere zand-overstuiving haarscherp afsteken in het veen!

Om zoet water te verkrijgen werden talloze putten in de duingrond gegraven tot op de minder doorlatende veenlaag. De rand van de putten werd verstevigd met veenplaggen, kleiblokken, vlechtwerk van (wilgen-) tenen, houtwerk (boomstammen, latten) en houten tonnen. De wijze van bouw was afhankelijk van de tijd waarin men leefde en het materiaal dat voorhanden was.

Op de bodem van putten met een rand van veenplaggen vinden we regelmatig een houten framewerk dat als basis diende. Dat kan een afgedankte velg van een Romeins wagenwiel zijn of een vierkant houten balkenwerk, vaak met pen-en-gatverbinding en sporen van eerder gebruik voor een ander doel (sloophout van de huizenbouw). Dit fundament dateert meer uit de vroege Middeleeuwen. Het vondstmateriaal bestaat voornamelijk uit aardewerkscherven. Meestal betreft het een kogelpot, handgemaakt aardewerk uit de IJzertijd/ Romeinse tijd. Er is ook import-aardewerk gevonden uit het Duitse Rijnland, voornamelijk bolpotten uit Mayen en Badorf. Er werd verbrande klei/ leem (‘huttenleem‘) gevonden, afkomstig van smeedhaarden of ovens. Enkele stukken weefgewichten wijzen op de vervaardiging van textiel.

Naast veel botten en scherven zijn ook enkele spectaculaire vondsten gedaan in Zuiderloo:

  • een stenen hamerbijl met houten steel van lijsterbes, waarschijnlijk als offer begraven bij een grafheuvel
  • een Vroegmiddeleeuwse nederzetting van gebouwen die in de loop van eeuwen zijn gebouwd en afgebroken
  • een bronzen hielbijl, nog ongebruikt dus hoogstwaarschijnlijk als godenoffer achtergelaten in het veen
  • twee grafheuvels met een palenkrans, in één heuvelrest werd verbrand menselijk bot gevonden
  • een werktuig van hertshoorn en een houten hamer (of bijl)
  1. Archeologie een belangrijk onderwerp in Heiloo

Door al deze opgravingen is een flink gedeelte van de bodem van Heiloo archeologisch onderzocht en zijn de gevonden artefacten veiliggesteld. De opgravingen zijn tevens een belangrijke aanvulling op onze kennis van het landschap en hoe de mensen daarin hebben geleefd. Hoe bouwden zij hun huis, hoe richtten zij hun directe omgeving in? Welke gewassen werden er verbouwd en welke dieren werden gehouden? Welke artefacten hebben een verwijzing naar of herkomst uit andere streken?

Vrij naar Prof. Carenza Lewis in haar lezing tijdens de Reuvensdagen archeologisch congres in Leiden:

“De waarde van archeologie is mede het brengen van nieuwsgierigheid van mensen in hun eigen omgeving. Wat was hier vroeger? En wie? Het is bijna een emotionele beleving als je via archeologie geconfronteerd wordt met mensen die vóór jou op de zelfde plek leefden, maar in een totaal andere wereld!”

  1. Archeologisch museum Baduhenna

In het jaar 2015 heeft de museum-ruimte een grote opknapbeurt gehad en heeft een reorganisatie plaatsgevonden. De archeologie van Heiloo kan nu nog beter over het voetlicht worden gebracht.

Door de internationale regels is er een einde gekomen aan het individuele en amateuristische archeologisch onderzoek. De Nederlandse erfgoed wet is gebaseerd op Verdrag van Valletta (Malta). Zo is er binnen de Stichting meer aandacht gekomen voor het ontwikkelen en onderhouden van een regionaal archeologisch museum. Hierbij behoren ook het verzorgen van een website met een beeldbank. Een groep van vrijwilligers geeft hier actief vorm en inhoud aan, onder regie van het huidige bestuur. Gelukkig kan er met professionele archeologen goed worden samengewerkt als er in Heiloo archeologisch onderzoek kan worden gedaan.

De Stichting is actief met de verschillende werkgroepen; Museum, Educatie en Jeugd, Veldwerk, Beeldbank, Documentatie. Kijk bij werkgroepen.

Iedereen is welkom.

Als u belangstelling heeft, komt u langs voor een bezoek aan het museum. Ook nodigen wij u uit om ons werk te steunen, financieel of praktisch.

Wilt u de genoemde voorwerpen bekijken of informatie opdoen over archeologische opgravingen in Heiloo, kom dan gerust op bezoek in ons Archeologisch Museum Baduhenna – we zijn iedere zaterdag open van 14.00 – 16.00 uur – of kijk op onze website www.baduhenna.nl

Andere mogelijkheden vindt u bij Vacatures, Jeugdlid worden of Sponsor worden, Vriend worden.

Fons Morsch, Voorzitter Baduhenna

Bewerking Wim Maan © 201902